Zorg op straat; Straatpraat met nienke
In deze maandelijkse rubriek spreken we met een straatzorgverlener over het werk, de dilemma’s en de verhalen die bijblijven. Deze maand zijn we in gesprek met Nienke de Graauw, huisarts en straatarts in Den Haag.
Nienke is geboren in Den Haag en woont daar weer, na haar studie en werk elders, met haar vriend en twee kinderen. Ze geniet van het strand en de culturele activiteiten die de stad te bieden heeft. Het laatste jaar van de huisartsenopleiding voltooide ze op het Gezondheidscentrum Vaillantplein, en daar is ze sindsdien blijven werken, nu al veertien jaar.
Waarom ben je actief geworden in de straatzorg?
Toen ik begon in deze praktijk boden mijn collega’s al zorg aan mensen die niet verzekerd waren. In die zin ben ik er dus via mijn opleiding ingerold. In de loop der jaren zijn andere praktijken in Den Haag minder zorg gaan bieden aan de groep dak- en thuislozen, waardoor de vraag voor zorg aan deze doelgroep bij ons juist groter werd.
Onze praktijk ligt in de Schilderswijk, een wijk in Den Haag waar veel mensen wonen met een kwetsbare gezondheid. Het combineren van de zorg voor de mensen uit onze reguliere praktijk met de zorg voor dak- en thuisloze, en ongedocumenteerde mensen maakt mijn baan afwisselend en uitdagend. Huisarts zijn voor deze groep inwoners van Den Haag raakt voor mij de kern van het vak: we proberen ervoor te zorgen dat iedereen, ook de meest kwetsbare mensen toegang hebben tot reguliere zorg. Dit is waar we met het hele team voor staan.
Het raakt me in mijn zorghart dat onverzekerde mensen drempels ervaren in de zorg, en dat er bijvoorbeeld geen vervolgzorg wordt ingezet als dat wel nodig is. Die zorg zou voor iedereen gelijk moeten zijn, daar maak ik me hard voor. Als ik er aan kan bijdragen dat dit verbetert, ook al is het met kleine stapjes, geeft mij dat voldoening; dan weet ik waarvoor ik dit werk doe. Ik probeer dat natuurlijk voor de individuele patiënt te doen, maar waar het kan ook door mijn ervaringen te delen met andere zorgverleners of beleidsmakers. Ook proberen we door onderwijs te geven en nieuwe huisartsen op te leiden in onze praktijk ook de nieuwe generatie (huis)artsen enthousiast te maken voor deze tak van ons vak. Ik merk dat zij zeker geïnteresseerd zijn in dit werk, en dat geeft mij weer energie om er mee verder te gaan.
Ik zie in mijn werk dagelijks mensen met heel verschillende achtergronden en zij vertellen mij hun bijzondere levensgeschiedenissen; hun verhalen halen mij uit mijn eigen bubbel en zorgen dat ik nieuwsgierig blijf en met een open houding blijf kijken. Zo maakt het mijn eigen leven ook kleurrijker. Dat is ook een belangrijk drijfveer waarom ik dit werk zo graag doe. En als er dan situaties zijn waarover ik me als arts machteloos voel, is het de uitdaging om mijn frustratie om te zetten in een actie waardoor het een volgende keer beter zou kunnen verlopen.

Wat is de moeilijkste kwestie die je ooit tegenkwam?
Er zijn er helaas wel meerdere geweest, en ik kan wel een voorbeeld geven. Er was een dakloze man, verslaafd, die in de opvang verbleef met een infectie en diepe bloedarmoede. Hij onderging een operatie in het ziekenhuis en zou daarna langdurig antibiotica moeten krijgen via een infuus. In het ziekenhuis was hij erg onrustig; hij wilde weg. Het ziekenhuis beoordeelde hem als zijnde ‘ wilsbekwaam’ , namelijk dat hij goed kon overzien dat weggaan uit het ziekenhuis zou betekenen dat hij zou kunnen komen te overlijden op korte termijn. Ze lieten hem, ondanks de ernstige lichamelijke problemen met ontslag gaan, wetende dat de opvang deze man ook niet opnieuw wilde aannemen omdat hij te ziek was en zij de lichamelijke zorg niet aankonden. Hij was eigenlijk terminaal ziek. Oftewel, deze ernstig zieke man kwam op straat terecht, en dreigde daar, in de vrieskou te komen te overlijden. Een van de artsen uit het ziekenhuis belde mij in de avond in paniek op, omdat zij vond dat deze situatie onacceptabel was- terecht natuurlijk. Ik kende de man niet, hij was niet in onze praktijk in beeld. Ze wist niet wat te doen en vroeg me te helpen. Na veel bellen en mensen mobiliseren hebben we toen gelukkig een plek in een verpleeghuis voor hem gevonden, waar hij na enkele dagen is overleden. Ik ben dan oprecht verbaasd dat instellingen (een opvang, een ziekenhuis), geen verantwoordelijkheid nemen en iemand op straat willen laten sterven, en niet zelf op zoek gaan naar een passende oplossing.
Wat is het meest frustrerende in je werk als straatzorgverlener?
Wat ik echt lastig vind, is de vicieuze cirkel waar mensen in kunnen komen te zitten. Vaak zie ik dat mensen een detox krijgen voor hun verslaving maar geen nabehandeling. Onderliggende trauma’s worden dan (nog) niet behandeld. Ook hebben ze daarna geen veilige plek om naar terug te keren, maar keren ze terug naar de straat. Hier vallen ze weer terug in gebruik, wat min of meer vanzelfsprekend is als je geen veilige plek hebt om te verblijven. Als ik dit zie gebeuren voel ik me vaak erg machteloos.
Ook vind ik het lastig te zien dat dakloze mensen zogezegd tussen de instanties doorvallen; de ziekenhuisopname is voorbij, maar er is geen goede vervolgplek. Soms zijn ze te ziek voor de opvang, waar moeten ze dan heen? Gelukkig zijn er steeds meer speciale plekken waar we deze mensen kunnen plaatsen, maar het blijft vaak zoeken en veel regelen.
Soms werkt het ook andersom: Dan ben je bent druk met het regelen van zorg en als dat dan gelukt is, is de patiënt voor wie je het regelde opeens verdwenen. Dan denk je wel, neeee, we waren er bijna! Uiteindelijk komen deze mensen wel vanzelf weer terug op de radar en dan begint het geregel weer van voren af aan.
Wat is het grootste dilemma waar je ooit voor stond in je werk?
Als er geen goede diagnose is en geen acute zorg nodig is, is het soms lastig om goede zorg en opvang voor elkaar te krijgen. Dat is wel lastig als je het vermoeden hebt dat er cognitieve problemen spelen, zoals LVB, NAH of dementie. Dat zit hem in de complexiteit van de problematiek en het gebrek aan plaatsen. Als straatarts moet je dan door meerdere afspraken heen, of juist om afspraken heen, om alle zaken goed op de rit te krijgen en verschillende instanties op één lijn te krijgen.
Wie is je beste samenwerkingspartner in de stad?
Met stip bovenaan de straatverpleegkundigen van Den Haag! We kunnen met hen lezen en schrijven, weten van elkaar hoe we werken, hebben hele korte lijnen met elkaar. We hebben elkaar echt nodig om de zorg goed gestroomlijnd te krijgen, het is om die reden ontzettend fijn dat de samenwerking zo laagdrempelig is en zo prettig verloopt.
Ook met de gemeente, het Leger des Heils en de Kesslerstichting werken we goed samen, maar zij staan iets meer op afstand.
Wat is het allerleukste dat je ooit meemaakte in dit werk?
Als mensen heel blij zijn dat je iets voor ze hebt kunnen regelen, is dat fijn om te merken natuurlijk. Als recent voorbeeld hadden we een patiënt die zorg nodig had in verband met veel oedemen aan zijn benen en buik; hij huilde van geluk toen we een goede plek voor hem hadden kunnen regelen waardoor hij niet meer op straat hoefde te verblijven. Dat je kunt helpen, al is het soms door alleen een luisterend oor bieden, dat maakt mijn werk de moeite waard.
Overigens merk ik ook dat veel dakloze patiënten, ondanks hun benarde leefsituatie veel humor kunnen hebben. Zeker als je ze wat beter leert kennen, dan heb ik soms erg leuke gesprekken met ze, met een grap en een grol – even los van de verhalen over hoe zwaar of moeilijk hun leven is en is geweest. Dat maakt dit werk ook weer extra bijzonder.
Welke patiënt blijft je het meeste bij?
Zoveel verhalen blijven je bij! Zoals het verhaal van de man die ik eerder noemde, die wegging uit het ziekenhuis terwijl hij doodziek was. Of de man die ik trof in de winteropvang, waar ik in het contact het vermoeden kreeg dat er cognitief iets aan de hand was. Het lukte om een diagnose rond te krijgen, dementie, ondanks dat hij niet naar afspraken toe ging. Hierdoor kon hij een indicatie krijgen voor een goede woonzorgplek. Dat kost veel tijd en overleg, maar toen dat lukte, voelde ik grote opluchting.
Of een Hongaarse man, die vervuild in de bosjes verbleef; een mensonterende situatie. Toen we daar met een tolk naartoe gingen, bleek ook hij te lijden aan dementie. Dat je zo iemand kunt toeleiden naar zorg, in dit geval naar een goede zorgplek in Hongarije, dat blijft je wel bij. Of die dame, die 9 maanden zwanger was en nog geen enkele controle had gehad bij de verloskundige. Dan zorg je dat er iemand meeloopt naar het ziekenhuis om zeker te weten dat ze aankomt bij de afdeling gynaecologie. En zo kan ik nog wel even doorgaan…
Stel je had één dag het voor het zeggen in de zorg in Nederland, wat zou je als eerste regelen?
Moeilijke vraag hoor, want ik zou meerdere dingen graag anders zien. Ik zou beginnen met het loskoppelen van arbeidscontract en huisvesting voor arbeidsmigranten. Dat zij als ze ziek worden ook meteen op straat staan, kan er bij mij niet in. Het is zo slecht, voor die groep mensen maar ook voor de hele maatschappij.
Ook zou ik graag verbeteringen zien in de overdracht en nazorg na detentie, meer opvang- en Housing First plekken, en het doorvoeren van hervormingen in de GGZ. Ik weet ook niet precies hoe, maar de toename van verwarde personen op straat is erg zorgelijk en ik denk echt dat daar wat aan moet gebeuren.
En wat misschien niet direct met dakloze patiënten te maken heeft maar ik wel regelmatig zie op mijn spreekuur, is dat er veel vrouwen zijn die in een onveilige situatie wonen. Ze kunnen niet weg omdat er geen woningen zijn, terwijl ze wel te maken hebben met dreigend geweld en afhankelijkheid van hun partner of familie voor een dak boven hun hoofd. Het is soms niet direct onveilig genoeg om in aanmerking te komen voor een opvangplek, melden bij Veilig Thuis lost het probleem niet op, en door wachtlijsten duurt het lang voordat ze adequate hulp krijgen. Dan is het wachten tot het misgaat. Ik signaleer dit bijna maandelijks en het geeft me een heel machteloos gevoel.